Casus: hypotheek na echtscheiding

Gemeenschap van goederen, soms kan het lastige omstandigheden opleveren. We delen een casus van zo’n problematische situatie.

De situatie
Mevrouw X en meneer Y zijn gehuwd in gemeenschap van goederen en hebben een woning waarop een hypotheek rust. Maar dan verlaat meneer Y in 2013 de woning en staat hij vanaf 2014 in de Basisregistratie Personen ergens anders ingeschreven. Het komt zelfs zo ver tot een echtscheiding, die in mei 2015 wordt ingediend door mevrouw X en in augustus 2016 door de rechtbank wordt uitgesproken. In de echtscheidingsbeschikking staat onder andere dat 1 januari 2014 als peildatum geldt voor de huwelijksgemeenschap en de waardering van de vermogensbestanddelen. Over hun echtelijke woning is vastgelegd dat mevrouw X alle lasten van de woning voor haar rekening neemt en in 2017 verkrijgt ze de volledige juridische eigendom van de woning.

Complicatie
Het probleem komt wanneer ze de aangifte IB 2016 doet, mevrouw X berekent dan de eigen woning voor 100% aan zichzelf toe. De inspecteur daarentegen, rekent bij de vaststelling van de belastbare inkomsten de woning maar voor 50% toe aan mevrouw X.

Uitkomst
Mevrouw X is het hier niet mee eens en stapt naar de rechtbank. De rechtbank Den Haag oordeelt vervolgens dat de toerekening van belastbare inkomsten uit eigen woning moet worden aangesloten bij de economische eigendom die mevrouw X sinds 1 januari 2014 voor 100% heeft en niet bij de juridische eigendom. Het beroep van mevrouw x wordt dan ook gegrond verklaard door de rechtbank.